Onderzoeksdaden tijdens verlengde verjaringstermijn BTW: geen voorafgaande kennisgeving vereist!

Door 24/04/2015 november 22nd, 2017 Geen categorie

Overeenkomstig artikel 81bis WBTW is er, in afwijking van de gemeenrechtelijke termijn van drie jaar, verjaring van de vordering tot voldoening van de BTW na het verstrijken van het zevende kalenderjaar dat volgt op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan, en dit wanneer er sprake is van een bedrieglijk opzet of een oogmerk om te schaden.

Wanneer de fiscale Administratie deze verlengde verjaringstermijn wenst toe te passen dient zij in toepassing van artikel 84ter WBTW voorafgaandelijk aan de betrokkene schriftelijk en nauwkeurig kennis te geven van de vermoedens van belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode.

In de rechtspraak bestond discussie over de draagwijdte van deze voorafgaandelijke kennisgeving. Bepaalde rechtspraak was van oordeel dat deze kennisgeving ook het stellen van onderzoeksdaden tijdens de verlengde verjaringstermijn vooraf diende te gaan. Andere rechtspraak was van oordeel dat de kennisgeving enkel de rechtzetting van de BTW diende vooraf te gaan.

Het Hof van Cassatie heeft in een arrest dd. 27 maart 2015 deze laatste zienswijze bevestigd. Volgens het Hof blijkt dit uit de tekst van artikel 84ter WBTW, de plaats van voormelde bepaling in het WBTW, en het feit dat in de BTW regelgeving het begrip “onderzoekstermijnen” niet bestaat.

Het Advocatenkantoor Lauwers & Seutin blijft ter beschikking voor alle vragen en/of opmerkingen hieromtrent.