Nietigverklaring dwangbevel leidt niet tot onverschuldigdheid btw-schuld

Door 22/09/2014 november 22nd, 2017 Geen categorie

Als een btw-schuld niet spontaan wordt betaald door de btw-plichtige, kan de fiscale Administratie deze schuld invorderen door middel van een dwangbevel.

Het Hof van Cassatie oordeelde recentelijk dat ondanks de nietigheid van het dwangbevel, de rechtbank zich alsnog dient uit te spreken over de btw-schuld. Dit omdat de fiscale wet van openbare orde is. Het Hof van Cassatie stelt met andere woorden dat het dwangbevel door de nietigheid enkel wegvalt als invorderingstitel, maar dit heeft geen invloed op de btw-schuld op zich.

Zo kan de nietigverklaring van het dwangbevel niet leiden tot teruggave van de btw indien de btw-schuld effectief bestaat.

Dit geldt ook in de situatie waar de fiscale Administratie de betaling van een btw-schuld vordert door middel van een dwangbevel en de nietigheid van het betreffende dwangbevel kan worden aangetoond. Als de rechter dan het bestaan van de btw-schuld bevestigt,  komt de definitieve rechterlijke beslissing als invorderingstitel in de plaats van het nietige dwangbevel. De fiscale Administratie kan de btw-schuld dan alsnog invorderen.

Samengevat komt het erop neer dat de rechter zelf dient te oordelen of de btw-schuld verschuldigd is, een nietig dwangbevel doet daar geen afbreuk aan.

Al kan er toch gewezen worden op een uitzondering, met name als een vordering in rechte wordt ingesteld na het verstrijken van de verjaringstermijn voor de fiscale Administratie om de btw in te vorderen. In deze situatie zal de nietigverklaring van het dwangbevel de btw die nog niet werd ingevorderd, definitief niet-invorderbaar maken.

Het Advocatenkantoor Thierry Lauwers blijft ter beschikking voor alle vragen en/of opmerkingen hieromtrent.