Deeleconomie en inkomstenbelastingen: het (nieuwe) fiscaal gunstregime

Door 14/11/2017 Geen categorie

De programmawet van 1 juli 2016 heeft een fiscaal gunstregime gecreëerd voor particulieren die diensten aanbieden in de deeleconomie. De bedoeling hiervan was uiteraard om deze nieuwe bron van inkomsten niet aan belasting te laten ontsnappen maar om tegelijkertijd ook een stimulerend effect te hebben op deze nieuwe vorm van ondernemerschap.

Onder de deeleconomie wordt begrepen: diensten die door particulieren, buiten hun beroepswerkzaamheid om, worden aangeboden aan andere particulieren, via een door de overheid erkend elektronisch platform. Enkel en alleen als aan deze voorwaarden cumulatief wordt voldaan, is het fiscaal gunstregime toepasbaar.

Het was echter wachten tot 1 maart 2017 tot de eerste erkende elektronische platformen werden bekend gemaakt. Enkele van deze platformen zijn Bpost, FLAVR en MY SHERPA. De volledige lijst van de op heden erkende platformen is te vinden op https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/127-deeleconomie-lijst-erkende-platformen-20170726.pdf.

Sinds de invoering van dit fiscaal gunstregime is de regeling in de inkomstenbelasting als volgt.

De belastbare basis van deze inkomsten is hun nettobedrag, zijnde het brutobedrag verminderd met een forfaitaire kostenaftrek van 50 %. Dit brutobedrag omvat het bedrag dat door tussenkomst van het erkend elektronisch platform werd betaald of toegekend, vermeerderd met alle sommen die door tussenkomst van dit platform werden ingehouden.

Dit nettobedrag wordt afzonderlijk belast tegen een tarief van 20 %, wat eigenlijk neerkomt op een

effectieve netto belastingdruk van 10 %.

Naast de reeds hoger aangehaalde voorwaarden, dat deze inkomsten daadwerkelijk binnen het kader van de deeleconomie moeten zijn verworven, mag het brutobedrag van deze inkomsten op jaarbasis niet hoger zijn dan 5 100 EUR (geïndexeerd voor inkomstenjaar 2017).

Wanneer deze grens wordt overschreden tijdens een belastbaar tijdperk, worden alle inkomsten, behoudens tegenbewijs, aangemerkt als beroepsinkomsten en aldus onderworpen aan de progressieve tarieven. Bovendien heeft de overschrijding van het plafond eveneens tot gevolg dat inkomsten verkregen in de deeleconomie tijdens het volgend belastbaar tijdperk eveneens zullen worden aangemerkt als beroepsinkomsten.

Desalniettemin is er wederom een nieuwe regeling in de maak. Het voorontwerp van de relancewet die op dit ogenblik voor advies bij de Raad van State is, voorziet in een belangrijke wijzing aan de belastbaarheid van inkomsten uit de deeleconomie.

In het nieuwe ontwerp wordt voorzien in een vrijstelling van belasting voor de eerste schijf van 6000 EUR (geïndexeerd ) aan inkomsten tijdens het belastbaar tijdperk. De belastbaarheid aan 20 % op het nettobedrag wordt dus verlaten.

Nieuw is eveneens dat wanneer het tegenbewijs (van het niet-beroepsmatig karakter van de inkomsten) wordt geleverd, indien de grens van 6000 EUR per jaar wordt overschreden, deze inkomsten belastbaar zijn als diverse inkomsten tegen het afzonderlijk tarief van 33 %.

Deze nieuwe regeling is voorzien van toepassing te worden op de inkomsten behaald of verkregen vanaf 1 januari 2018.

Een grondig voorafgaand fiscaal advies in dan ook noodzakelijk. Contacteer LAUWERS & SEUTIN Fiscale Advocaten voor al uw vragen en/of opmerkingen hieromtrent.