Analyse fiscale visitatie: heeft de fiscus dan toch een actief zoekrecht?

Door 21/11/2019Geen categorie
Analyse fiscale visitatie

Het hof van beroep te Brussel heeft in een arrest van 9 oktober 2019 geoordeeld dat de fiscus tijdens een fiscale visitatie kopie mag maken van alle gegevens op een computer. Dit zonder dat daarvoor specifiek de toestemming van de belastingplichtige noodzakelijk is. Het hof van beroep te Brussel geeft hiermee een zeer ruime invulling aan het visitatierecht en geeft zo te kennen dat aan de fiscus een actief zoekrecht toekomt. Het arrest doet heel wat stof opwaaien. Maar wat is er precies aan de hand? Wij zetten de uitspraak in perspectief.

Volgens ons is deze rechtspraak vatbaar voor ernstige kritiek omdat de wettekst stelt dat de belastingplichtige zijn “bijstand” moet verlenen wanneer de fiscus computerbestanden wenst te raadplegen. Het hof van beroep interpreteert deze “bijstand” echter als niets meer dan hulp of ondersteuning van de belastingplichtige, waarom de controlerende ambtenaar kan verzoeken wanneer hij dit noodzakelijk acht en dus niet als een “toestemming”.

Ook voor wat specifiek betreft het “kopiëren” van computerbestanden bepaalt de wet dat de fiscus de bevoegdheid heeft “om de belastingplichtige te verzoeken kopieën van computerbestanden te maken”, hetgeen volgens ons noodzakelijkerwijze de verplichte medewerking van de belastingplichtige impliceert. Het arrest is op dit punt zeer karig gemotiveerd.

Ook in de media is reeds melding gemaakt van deze uitspraak. De verslaggeving doet uitschijnen dat vanaf nu de belastingplichtige maar zeer weinig te zeggen heeft bij een fiscale visitatie.

Volgens ons dient het arrest van het hof van beroep echter te worden genuanceerd! Uit de feitelijke omstandigheden die aan de achtergrond van dit arrest liggen, lijkt het dat deze zeer sterk hebben meegespeeld bij de beoordeling van het hof.

Immers was de procespartij in deze zaak niet de vennootschap bij wie de visitatie had plaatsgevonden, maar wel een verbonden Luxemburgse vennootschap, dewelke “slechts” een derde is ten aanzien van de visitatie. Bovendien had de bedrijfsleider zelf meegewerkt met de visitatie door zijn wachtwoord te geven van de computers en de controlerende ambtenaren de weg te wijzen doorheen zijn beroepslokalen, zonder daarbij enig voorbehoud te hebben gemaakt. Deze houding heeft volgens ons het hof dan ook de wenkbrauwen doen fronsen wanneer de belastingplichtige achteraf toch deze visitatie gaat betwisten. Dit vormt uiteraard geen juridische grondslag voor een ruimere interpretatie van het visitatierecht, maar heeft o.i. bij de beoordeling van de zaak door het hof toch wel sterk meegespeeld.

Bovendien is het belangrijk om te benadrukken dat er ook vele andere stemmen in de rechtspraak en rechtsleer de andere richting uitgaan en van oordeel zijn dat de fiscus niet over een actief zoekrecht beschikt.

De discussie over de bevoegdheden van de fiscus bij een fiscale visitatie is tot op heden dus nog lang niet beslecht!